Nu vraag ik me keer op keer af, waarom val ik steeds zo hard terug? Soms val ik zelfs verder terug dan het punt waar ik begonnen ben met opbouwen.
Maar als ik het logisch redeneer, kan ik juist heel goed begrijpen waarom ik geen stabiele of stijgende lijn kan behouden.
Stel, zoals ik vanaf het begin al denk: Dat de longbacterie of de CMV-infectie, van vijf jaar geleden, nog steeds in mijn longen huist, of wie weet ondertussen al ergens anders ondergedoken zit. Dan is al dit opbouwen eigenlijk "dweilen met de kraan open". Elke keer als ik iets opgebouwd heb, zal deze bacterie het met de zelfde vaart weer afbreken. De ziektekiemen lachen zich rot, gezien mijn immuunsysteem chronisch actief is en zijn werk toch maar half doet.
Mijn lichaam is "op", uitgeput. De kleinste dingen zijn teveel. Het maakt niet uit of het nou een mentale of een lichamelijke activiteit is geweest.
Het is zwaar en ik zit er steeds vaker helemaal doorheen. De kleinste dingen herinneren me eraan dat ik niet meer zal worden zoals ik was en dat mijn "normale" jeugd ook niet "normaal" is.
Maar probeer dat maar eens te accepteren als je nog niet eens 30 bent.
Onderstaande quote ontroerde me heel erg:
"If someone prays for patience, you think God gives them patience? Or does he give them the opportunity to be patient?
If he prayed for courage, does God give him courage, or does he give him opportunities to be courageous?
If someone prayed for the family to be closer, do you think God zaps them with warm fuzzy feelings, or does he give them opportunities to love each other?"
Ik moet dan denk ik maar blij zijn met de gecreëerde mogelijkheden om het geduld op te brengen om hier mee om te gaan.
Als ik nadenk over het engelengeduld dat ik altijd had met mijn patiënten, hoe lastig ze ook waren, hoe vaak zo ook belde voor de po of een schoon bed in de avond...
En dat ik nu soms geen idee heb waar ik het geduld überhaupt vandaan moet halen....
It makes you wonder....
Mijn lichaam is "op", uitgeput. De kleinste dingen zijn teveel. Het maakt niet uit of het nou een mentale of een lichamelijke activiteit is geweest.
Het is zwaar en ik zit er steeds vaker helemaal doorheen. De kleinste dingen herinneren me eraan dat ik niet meer zal worden zoals ik was en dat mijn "normale" jeugd ook niet "normaal" is.
Maar probeer dat maar eens te accepteren als je nog niet eens 30 bent.
Onderstaande quote ontroerde me heel erg:
"If someone prays for patience, you think God gives them patience? Or does he give them the opportunity to be patient?
If he prayed for courage, does God give him courage, or does he give him opportunities to be courageous?
If someone prayed for the family to be closer, do you think God zaps them with warm fuzzy feelings, or does he give them opportunities to love each other?"
Ik moet dan denk ik maar blij zijn met de gecreëerde mogelijkheden om het geduld op te brengen om hier mee om te gaan.
Als ik nadenk over het engelengeduld dat ik altijd had met mijn patiënten, hoe lastig ze ook waren, hoe vaak zo ook belde voor de po of een schoon bed in de avond...
En dat ik nu soms geen idee heb waar ik het geduld überhaupt vandaan moet halen....
It makes you wonder....